Naar school (2/2)

Een paar weken later stond ik weer op diezelfde parkeerplaats. Ik was alleen. Het vroor buiten en Lisa was te moe om mee te gaan – lees: ze vond het wel lekker warm in bed. Dik ingepakt stond ik te klappertanden terwijl Nala aandachtig naar mijn jaszak vol hondenbrokjes zat te kijken.
Er waren en hoop nieuwe honden bij. Er was een stel met een kleine Jack Russell die niet veel groter was dan een hamster, een bijna bejaarde vrouw met een leuke kleine witte pluizenbol en een jong stel met een zwarte Labrador die ook Nala heette.
Het kleine meisje met Bobby was negens meer te bekennen. De Berner Sennenhond was met vlag en wimpel geslaagd die week ervoor. Iedere hond kon aan hem een voorbeeld nemen, en aan het meisje. Zó moest je als baas optreden.
Nadat de honden eerst een kwartier mochten spelen, was het nu tijd voor de les. De eerste les was het lopen door een grote buis. Ik liet Nala aan de ene kant van de buis zitten en zei: ‘Blijf.’ Nala bleef keurig zitten, zelfs toen ik naar de andere kant van de buis liep. ‘Kom maar,’ zei ik uiteindelijk en Nala dook de buis in en binnen een fractie van een seconde stond ze aan de andere kant en ging daar likkebaardend voor mij zitten. ‘Goed zo,’ zei ik en aaide haar over haar kop. Ik klikte de lijn weer vast en gaf haar het brokje. Zonder aan de lijn te trekken liep ik naar onze plek toe en zei Nala daar te gaan zitten. Zonder tegenstribbelen drapeerde ze haar kont op de grond en bleef stil zitten.
Het was doodstil op de parkeerplaats. Een paar open monden en verbaasde gezichten keken me aan of zojuist een wonder was gebeurd.
‘Wat?’ zei ik schouderophalend.
‘Dat was keurig,’ zei de vrouw die vandaag de leiding had over de cursus. ‘Heel goed gedaan Nala.’
Even later werd er een parcours van pionnen uitgezet waar wij met de hond los van de riem doorheen moesten lopen. Hier en daar moesten een paar ingewikkelde bochten gemaakt worden en af en toe moest de hond een rondje om een pion maken. Aan het eind moest de hond keurig gaan zitten en zou hij of zij een beloning krijgen.
De ene na de andere pup faalde jammerlijk. De zwarte labrador Nala pakte de eerste pion in de bek en rende er mee weg, alsof ze een trofee had gewonnen. De Jack Russell zag in de verte een vogeltje over het gras huppelen en enkele seconden later zagen we alleen nog een kleine zwarte stip in de verte met een gillende man in knalgroene jas erachteraan huppelen.
Toen was het de beurt aan Nala. Ik zei haar naam en Nala keek mij strak aan. In mijn ooghoeken zag ik de zwarte Labrador met dezelfde naar aan de riem trekken, maar mijn Nala bleef aandachtig zitten. Ik klikte de riem los en zei haar te volgen. Zonder haar blik van mij af te wenden volgde ze me het hele parcours over. Mensen hapten naar adem. Sommige hoorde ik zachtjes fluisteren; ‘kijk dan, wat goed.’ Trots liet ik Nala om een pion heen draaien en zei haar mij weer te volgen. Aan het einde van het parcours ging Nala als vanzelf zitten en kon ik haar aanlijnen, maar om de show helemaal af te maken liep ik met Nala terug naar onze plek. Pas daar aangekomen klikte ik de riem weer vast en gaf ik haar het meer dan verdiende brokje. Ik aaide haar over haar bol en zei: ‘Goed zo.’
Een applaus brak los. ‘Hoe heb je dat voor mekaar gekregen,’ vroeg de man de net terug was met de Jack Russell in zijn armen.
‘Ach,’ zei ik nonchalant, ‘uren en uren oefenen. Komt het vanzelf.’
De waarheid lag wat anders. Ik had helemaal niet uren en uren geoefend. Hooguit tien minuutjes iedere avond tot het journaal, de Champions League of een ander niet te missen programma begon. In werkelijkheid had ik geen idee wat er met Nala was gebeurd. Maar ik wist zeker dat ik nog nooit zo trots op onze ondeugd was als nu. Ze werd die dag letterlijk ‘het schoolvoorbeeld hond’ genoemd.
Dolenthousiast reed ik met een hijgende Nala achterin naar huis. Daar trommelde ik een nog altijd slapende Lisa uit bed en vertelde haar wat er was gebeurd.
‘Wie? Nala?’ vroeg ze slaperig.
‘Ja. Onze sloopkogel.’
Lisa sprong uit bed en holde de trap af. Daar dook ze bovenop Nala die languit in haar mand lag te slapen. ‘Oh wat ben je toch ook een knapperd,’ zei ze en ze gaf onze topstudent kusjes op haar neus.

Een week later waren we er weer. Het was de laatste keer en Nala zou die dag afstuderen. Mojo wilde graag een keer mee en dit was haar laatste kans dus stond ze klappertandend naast ons. Het was inmiddels februari en het had gesneeuwd. Het was de eerste keer dat Nala sneeuw zag en ze was door het dolle heen. Alles rook anders. Alles zag er anders uit. Alles klonk anders. Ze sprong door de sneeuw heen en rolde er grommend doorheen. Ze had totaal geen last van de kou, die al onze ledematen verstijfde.
De eerste lesjes gingen net als de vorige week. Ze liep vrolijk door de buis en luisterde naar elk commando. Toen werd het parcours weer uitgezet. ‘Moet je zo opletten,’ fluisterde ik tegen Lisa. ‘Je weet zo niet wat je ziet.’
Er was door de anderen thuis duidelijk geoefend, want de ene na de andere hond liep keurig mee het parkoers door. Nu was het de beurt aan Nala. Ik riep haar en ze keek me weer vol aandacht aan. Ze liep keurig mee naar de eerste pion. En naar de volgende. Toen we bij de derde pion waren zag Nala in de verte een konijntje over de sneeuw huppelen. Nala zette zich af en ik kreeg een klodder sneeuw in mijn gezicht. Tien minuten later had ik haar eindelijk te pakken.
Toen ik weer op onze plek terug kwam gniffelde Lisa en zei: ‘Nou, indrukwekkend joh.’
Even later was het weer tijd voor het renspelletje. Deze keer mocht Mojo wegrennen en met een brokje Nala bij zich roepen. Zoals iedere week probeerde Nala zich uit alle macht los te rukken uit de greep van de man die haar halsband vasthield. Toen Mojo op haar plek was riep ze Nala bij zich. De man liet Nala los en ze denderde er vandoor. Halverwege blafte een jonge Duitse Staander – die overigens verdacht veel weg had van Bowie van vroeger – en Nala bleef abrupt staan, draaide zich om en rende in de richting van Bowie 2. Ze beukte tegen het beest op en samen rolden ze door de sneeuw, waardoor de vrouw die het beest vasthield met haar gezicht in de sneeuw viel. Mojo riep uit volle borst, maar Nala hoorde haar niet. Ik rende op de twee worstelende honden af om ze uit elkaar te trekken. Toen ik Nala bij haar halsband pakte en van de piepende Duitse Staander trok begon ze zich met alle macht los te rukken. Mojo riep nogmaals en ineens had Nala haar weer in het vizier. Ze rukte zich van me los en sprintte in een streep naar Mojo. ‘Nala stop!’ schreeuwde Mojo, Lisa en ik in koor. Het had geen zin. Nala ramde met haar hele gewicht tegen Mojo aan en greep het brokje dat Mojo van schrik liet vallen van de grond. ‘Pak haar vast’ riep ik, maar voor Mojo haar hand uit kon steken was Nala hem alweer gesmeerd.
Een half uur later zaten we met zijn drieën geradbraakt en uitgeput op de bank met een warme kop chocomelk.
We waren door het vriendelijke stel dat leiding aan de cursus gaf vriendelijk verzocht om maar geen gebruik te maken van de jongehondencursus die volgde op de puppycursus.
‘Dat heeft Nala niet nodig,’ had de vrouw trillend en met tranen in haar ogen gezegd. Wij waren het er roerig mee eens. Wij hielden ons vast aan die ene dag dat Nala zo goed haar best deed en zelfs ‘een schoolvoorbeeld’ werd genoemd.
Nala lag uitgeput en zeiknat van de sneeuw in haar mand. ‘Toch jammer dat ik er die dag niet bij was,’ zei Lisa. ‘Ik had het graag willen zien.’
Tot op de dag van vandaag trekt ze het verhaal in twijfel. Maar ik weet beter. Ik was er bij die dag dat Nala deed wat wij wilden.
Die ene onvergetelijke dag.

IMG_0302

Het WK dat we niet kúnnen verliezen!

Al weken kleurt het oranje in de straten. Een daverende 1-5 overwinning tegen de regerend wereldkampioen Spanje, waarmee de nasmaak van de verloren finale van 2010 (maar een heel klein beetje) weg is en prachtige overwinningen tegen Australië, Chili, Mexico en een bloedstollende kwartfinale tegen Costa Rica. Tot nu toe doe ONZE jongens het meer dan uitstekend en eigenlijk is dat helemaal geen verrassing.

Terwijl Jade geboren werd, speelde Nederland namelijk tegen Hongarije. Dit was de krantenkop van een paar uur later: Doelpuntrijke galavoorstelling Oranje tegen Hongarije: 8-1 (http://www.nrc.nl/nieuws/2013/10/11/galavoorstelling-oranje-tegen-hongarije/).

Wat nou Octopus Paul, Cavia Lotje en weet ik veel wat voor een bavianen en roodwangschildpadden nog meer uitzonderlijke gaven hebben. Er is er maar 1 die het werkelijk goed heeft, en dat is onze eigen baby Jade!

Argentina here we come!

IMG_7629

Naar School (deel 1/2)

Op een vrije zaterdagochtend in december ging de wekker. Het was pas zeven uur en ik stapte slaapdronken mijn bed uit. Lisa stond al onder de douche. Ik had haar niet eens uit bed horen gaan.
Eindelijk konden we naar puppycursus met Nala, die eigenlijk al bijna geen pup meer was. Hoewel het buiten al behoorlijk koud was, gingen we er voor. Vooral Lisa had zin in de puppycursus. Zij had weken daarvoor al internet afgestruind naar een goeie hondenschool met goeie recensies. De keuze was gevallen op een kleine hondenschool in Ede die gerund werd door een vrolijk echtpaar. Nu Nala van haar blaasontsteking af was, konden we eindelijk naar de puppycursus met haar. Dit wilden we eigenlijk al vanaf het begin, maar Nala mocht niet vanwege de blaasontsteking: ‘dan zou ze zomaar andere honden kunnen aansteken.’ Onzin vonden wij natuurlijk. Kelly en Jessy hadden ook nergens last van en daar kwam ze bijna dagelijks, maar het was nou eenmaal de regel. Ze werd vanwege haar leeftijd nog maar net toegelaten tot de puppycursus. Eigenlijk kon ze al meedoen met de jongehondencursus, maar dat mocht dan ook weer niet ‘omdat ze nog geen puppycursus heeft gedaan,’ dus op naar de puppycursus. De cursus stond al om acht uur gepland. We hadden Nala al een aantal basiscommando’s als ‘zit’ en ‘blijf’ aangeleerd, die ze zo nu en dan zelfs opvolgde en daar waren we apetrots op, maar ze had af en toe nog moeite met de aandacht vasthouden.
Toen ik even later gedoucht en wel beneden kwam, zat Lisa aan de eettafel met een stevig ontbijt en een kwijlende Nala naast haar op de grond.
‘Goedemorgen dikkopje,’ zei ik tegen de kwijlende Nala en verwachtte dat ze op mij zou afstormen zoals ze altijd deed wanneer ik binnenkwam. Maar de Labrador had alleen nog maar oog voor de boterhammen met kaas op het bord van Lisa. Nala had nog niets gegeten, omdat zij haar portie voer bij wijze van beloning brokje voor brokje zou krijgen op de puppycursus. ‘Ja jij ook goedemorgen baas,’ zei ik en gaf Nala een aai over haar bol.
Ik kuste Lisa goedemorgen en smeerde voor mijzelf ook een paar boterhammen. Lisa had inmiddels haar ontbijt op dus in no-time stond Nala bij mij te kwijlen. Ik keek naar Nala die met grote ogen haar blik op de gesmeerde boterhammen hield. ‘Heb je een beetje zin in je eerste schooldag?’ zei ik en Nala likte haar bek af.
Een half uur later parkeerde ik de auto langs de kant van de weg bij een verlaten parkeer plaats op het industrieterrein niet ver bij ons vandaan. Op het moment dat we kwamen aanrijden en Nala al die vrolijke hondjes zag was er geen houden meer aan. Ze begon te piepen en te trillen als een rietje. Ze begon hevig te hijgen en zette grote ogen op. Haal hele lijf schreeuwde: spelen! Toch moest ik haar zonder weg te laten schieten de achterklep van de auto uit zien te krijgen. Ik opende de achterklep op een kiertje en greep naar de halsband. Als een losgeslagen stier beukte Nala met haar kop tegen de deur van de kofferbak en deze schoot open. Als een blonde streep schoot ze uit de auto en ik graaide naar de riem die achter haar aan wapperde. Wonder boven wonder greep ik deze net op tijd, maar omdat Nala zo’n vaart had trok ze me omver en ik viel achterover het gras langs de kant van de weg in. ik lag languit op mijn rug met een uitgestrekte arm en een schuimbekkende Nala aan de lijn. Op de een of andere manier lukte het me om op te staan en de kofferbak te sluiten. Lisa draaide met haar ogen en liep rood aan. ‘Tsjonge jonge, lekkere entree of niet?’
Ik zei niets en enigszins gegeneerd liep ik de grote parkeerplaats op. Tientallen mensen keken ons met grote ogen aan. Sommigen trokken een beetje wit weg en anderen tilden voorzichtig hun puppy’s op – wat voor mij zo goed cavia’s hadden kunnen zijn.
Nala trok zo hard aan haar riem dat ik bang was die ie zou knappen of mijn schouder ontwricht zou worden. Het was stervenskoud en dik ingepakt en gewapend met een zak vol brokjes liepen we rillend tussen tientallen keffende en rennende honden door. Nala was verreweg de grootste en ik moest aardig kracht zetten om de schuimbekende wandelende tank in bedwang te houden.
Een vriendelijk ogende man liep op ons af en stak zijn hand uit. Toen ik deze wilde schudden bij wijze van groet ging de hand omlaag en aaide het blonde monster dat wij Nala noemde.
‘Laat haar maar lekker loslopen hoor,’ zei de man en klikte de riem van Nala zonder pardon los. Als een kanonskogel denderde Nala in de richting van een pup waarvan ik niet kon plaatsen welk ras het was. Het was niet groter dan een eekhoorn en met grote opstaande oren zat het te rillen op een kleedje wat speciaal door een hoogblonde vrouw met panterprint legging voor het dier op de grond was gelegd. Nog net voor Nala als een stoomwals de eekhoorn zou pletten kun de hoogblonde vrouw de eekhoorn optillen. Gillend stond ze naar Nala te schoppen: ‘Ga weg, ga weg!’
De man naast ons lachte hardop: ‘Haha, wat zijn ze speels hè op die leeftijd,’ en hij draaide zich om naar ons om zich voor te stellen. Wij stelden ons ook voor en hielden uit onze ooghoeken Nala angstvallig in de gaten.
Gelukkig had ze een pup van eigen formaat gevonden; een Berner Sennenhond van een paar maanden oud. Het beest was een kop groter dan Nala en kwijlde als een bezetene. Nala sprong tegen de Berner Sennen op en ik zou zweren dat ik een rib hoorde breken, maar alsof dat juist geweldig leuk was sprong de Berner Sennen op en dook bovenop Nala die dat weer heel erg leuk vond. Naast de Berner Sennen stond een meisje van een jaar of zes de beide spelende honden aan te moedigen. Toen kreeg Nala het kind in de gaten en rukte zich los uit de greep van het kwijlende beest en sprong tegen het kind op dat hard op haar billen viel. Nala ging bovenop haar staan en likte haar hele gezicht. Ik rende er naar toe om Nala van het kind af te trekken, maar toen ik dichterbij kwam gierde het kind van het lachen. Ze vond het enig. Kon niet lomp genoeg. Uiteindelijk trok ik Nala toch maar van het kind af en hielp haar overeind. ‘Wat een schattige hond zeg,’ zei ze enthousiast terwijl ze haar gezicht afveegde. Aan de andere kant van de parkeerplaats draaiden een aantal mensen zich hoofdschuddend om.
‘Waar zijn je ouders?’ vroeg ik toen ik zag dat het meisje alleen was.
‘Thuis. Ze halen me zo weer op.’
‘Thuis?’
‘Ja. Het is mijn hond. En ik mocht hem alleen als ik er mee naar puppycursus ging en zo. Ik laat hem ook elke dag drie keer uit.’
‘Zo, toe maar,’ zei ik vol bewondering. ‘Maar is…’ en ik knikte naar de Berner Sennenhond die op zijn rug lag met een kronkelende Nala erbovenop.
‘Bobby,’ zei het meisje.
‘…Bobby dan niet veel te sterk voor jou?’
Gepikeerd ging het meisje met haar handen in haar zij staan en keek mij met samengeknepen ogen aan: ‘Bobby, hierrrrrrr!’
Als bij toverslag draaide de kwijlende reus zich om en liep naar het meisje toe. ‘Zit,’ zei ze terwijl ze mij nog steeds met samengeknepen ogen aankeek en de Berner Sennen drukte zijn kont tegen de grond.
Het meisje bleef zo even staan en stak haar tong uit. ‘Nog vragen?’ voegde ze er aan toe.
‘Nee,’ zei ik terwijl ik mijn handen verontschuldigend omhoog hield.
Het meisje draaide zich met een snif met haar neus om en sloeg haar amen over elkaar. Pittige tante dacht ik, maar ik mocht haar wel. We bleven maar bij haar staan de eerste puppycursus.
Die eerste puppycursus was een ramp overigens. Nala was verreweg de oudste, maar ook verreweg de ongehoorzaamste. Zo lang er brokjes bij kwamen kijken deed ze precies wat je wou, maar als het op commando moest kon je het vergeten. Ik heb haar een keer of vijf bij de Berner Sennen vandaan moeten houden en mijn handen deden zeer van de snijdende riem.
Het enige waar Nala in uitblonk was een spelletje waarbij de leider van de puppycursus Nala aan haar halsband vasthield en ik voor haar moest wegrennen en vervolgens twintig meter verder uitbundig haar naam moest roepen zodat ze er aan kwam rennen. Ik gaf Nala aan de cursusleider en liet haar even ruiken aan een brokje dat ik vasthield. Direct begon ze hevig te trekken en de man moest moeite doen de halsband vast te houden. De halsband knelde haar strot en ik hoorde Nala gorgelen, maar ze trok alleen nog maar harder. Ik was bang dat of de halsband zou knappen, of de man die middag met een gebroken pols in het ziekenhuis zou liggen, of Nala dood zou neervallen wegens zuurstofgebrek door de halsband die haar strot dichtkneep. Ik bereikte de plek waar ik Nala mocht roepen draaide me om: ‘Nala, hierrrrr,’ zei ik en als een ongeleid projectiel schoot Nala op mijn af. Ik voelde de grond dreunen onder haar poten en met open bek en haar tong die langs de zijkant van haar gezicht wapperde kwam ze op me afgestormd. Toen ze vijf meten van me verwijderd was wist ik dat het fout zou gaan. In volle vaart kwam ze op me af gedenderd zonder enige intentie om te remmen. Met haar hele gewicht beukte ze in volle vaart tegen mijn benen aan, die ik gelukkig net op tijd uit elkaar deed, anders zou ik zeker voor de tweede keer die dag onderuit zijn gegaan. Ik wankelde en greep naar de halsband van Nala. Ze liep tussen mijn benen door en sprong tegen me aan. Dolenthousiast was ze. Ik had geen idee waarom. Toen Nala prompt ging zitten en haar bek aflikte wist ik waarom. Oh ja, een snoepje. Ik keek naar het van het zweet klef geworden brokje in mijn hand en wilde het aan Nala geven. Nog voor ik mijn handen voor haar hield hapte ze naar mijn handen en greep het brokje. Ze beet in mijn vingers waardoor ik mijn hand geschrokken terugtrok. ‘Auw!’ riep ik. ‘Lomperd!’ Hard gelach viel mij ten deel.
Even later kwamen we tot op het bot verkleumd thuis en Nala viel moe van het geren en gespeel als een blok in slaap. We hadden nog wat opdrachten voor thuis meegekregen. Het viel ons op dat Nala heel wat meer huiswerk meekreeg dan de rest, maar misschien beelden wij ons dat in.

IMG_4320

Doktersbezoek (deel 2/2)

Een paar dagen later reed ik de grote oprijlaan van de veterinair specialis op. Het was een mooi en groot complex midden in de bossen. Nala dacht dat we een lekker stuk in de bossen gingen ravotten, dus sprong in volle vaart uit de auto. Ik kon nog net op tijd de korte riem vastpakken, waardoor mijn schouder zowat ontwricht werd. ‘Ho, lomperd,’ zei ik. ‘Deze kant op. We gaan effe naar de dokter.’
Ik liep een grote wachtkamer in. We werden daar vergezeld door een oude vrouw met een trillende Chihuahua op schoot en een zwaar getatoeëerde man met dreadlocks en een kalf van een Deense Dog. Het beeste kwijlde hevig en zag er nogal dommig uit. Nala, toch wel een beetje onder de indruk van het gigantische beest, ging naast me zitten en ging teleurgesteld dat we niet in het bos gingen hollen er bij liggen.
Na een half uurtje werden we geroepen. Een ietwat norse vrouw begeleide ons naar haar spreekkamer. Ze bestudeerde het dossier van onze dierenarts.
‘Laat eens kijken,’ zei ze en ze zette een klein brilletje wat aan een touwtje om haar nek bungelde op het puntje van haar neus. ‘Hm, ja.’
Vragend keek ik de vrouw aan: ja?
‘Als u even mee wilt lopen,’ zei de vrouw, ‘dan ga ik zo even wat urine uit haar blaas opnemen.’ Ze begeleidde ons naar een kleine operatiekamer in een zijgang van het gebouw.
‘Wilt u hier oven op mij wachten? Ik haal er even iemand bij. Wilt u uw hond even kalmeren zodat ze zo meteen rustig op de tafel kan liggen en wij zonder problemen wat urine uit haar blaas kunnen halen?’
‘Ja hallo, een Labrador van drie maanden “even” rustig houden,’ wilde ik zeggen, maar ik had geen zin in een discussie met deze kenau, dus ik vroeg: ‘Hoe gaat u die urine afnemen dan?’
‘Gewoon met een spuit door haar buik heen.’ Ze zei het alsof het niets was.
‘Pardon?’
‘Wat bedoelt u?’
‘Niets. Laat maar.’
Chagrijnig liep Kenau met het brilletje stuiterend aan het koordje om haar nek weg. Ik aaide Nala die woest kwispelend en hijgend naar mij zat te kijken. Wat gaan we doen?
Even later kwam Kenau met een iets vriendelijkere vrouw binnen. Ze stelde zich voor en vroeg of ik Nala op de tafel wilde zetten. Dat deed ik.
‘We gaan haar op haar rug leggen, maar honden vinden dat absoluut niet prettig, dus het kan zijn dat ze heftig begint te spartelen,’ zei ze. ‘Vervolgens moeten we deze spuit,’ ze haalde een spuit tevoorschijn met een naald van zeker vijftien centimeter, ‘in haar buik brengen en in haar blaas. Het is absoluut van belang dat ze dan stilligt anders kan de naald afbreken.’
Met grote ogen keek ik naar het gevaarte in haar handen en naar de kronkelende Nala op de tafel. ‘Eh oké,’ stamelde ik. ‘Ik doe m’n best.’
Met veel pijn en moeite en na een heftige worsteling lukte het ons om Nala op haar rug te krijgen. Kenau hield haar bij haar achterpoten vast zodat ze haar kont minimaal kon bewegen. Ik hield Nala bij haar voorpoten vast en probeerde haar kop stil te houden door zachtjes tegen haar te praten en gerust te stellen, terwijl de andere vrouw de spuit naar de buik van Nala bracht. Waarschijnlijk was het voor hun dagelijkse kost, want de naald ging met gemak haar buik in en even later zoog het gevaarte een klein beetje urine rechtstreeks uit haar blaas op. Misselijk draaide ik mijn hoofd weg.
‘Het is klaar hoor,’ zei de vriendelijkste vrouw na een paar tellen. We lieten Nala los en ze sprong overeind, schudde zich uit en keek me beduusd aan: Wil je me dat nooit meer flikken? Ik snoerde Nala aan en ze begon alweer een beetje te kwispelen. Toen Kenau een snoepje tevoorschijn haalde was Nala alles weer vergeten en was de hele wereld weer een speeltuin. Misschien toch nog zo’n chagrijn als ik dacht.
Even later kreeg ik een envelop met de rekening in de handen geduwd. ‘U wordt een dezer dagen gebeld over de uitslag. Dan weten we meteen of we moeten opereren,’ zei Kenau over het brilletje op haar neus kijkend.
Toen ik naar buiten stapte scheen de warme najaarszon op mij en Nala keek hoopvol in de richting van het onontdekte bos voor haar. Ze keek op naar mij en begin te kwispelen. ‘Nou vooruit, omdat je het zo goed hebt gedaan,’ zei ik en klikte de riem los. Als een pijl uit een boog schoot ze het bos in tot ik alleen nog een blonde staart boven een omgevallen boom in de verte zag uitsteken.
Een half uur later zat ik met een roetzwarte en uitgeputte Nala in de auto.

Een paar dagen later werd ik gebeld. Nala had al dagen niet meer in huis geplast, dus er was goede hoop. Kenau had goed nieuws: ‘De ontsteking is eigenlijk vanzelf overgegaan. We konden niets meer in de urine vinden. De hele ingreep was eigenlijk overbodig. Maar ja, het zekere voor het onzekere toch?’ Opeens klonk ze heel vriendelijk: ‘We zagen wel dat de rekening nog niet was betaald. Zou u dat nog even willen doen?’
Ik beloofde dat ik de rekening die dag nog zou betalen. Ik had de rekening in het dashboardkastje van mijn auto gedaan en had er nooit meer aan gedacht. Ik haalde de envelop uit de auto. Binnen opende ik de website van mijn bank om de rekening te betalen. Ik opende de envelop en keek verbaasd naar het vetgedrukte onderaan de factuur: 869 Euro. Te voldoen binnen vijf dagen.
Ik keek Nala aan die op haar rug op de vloer van de kamer lag te kronkelen en er de meest vreemde geluiden bij maakte.
Lisa kwam binnen. ‘En heeft de dierenarts al gebeld?’ vroeg ze.
‘Ja,’ zei ik en de laatste woorden van Kenau schoten door mijn hoofd: De ontsteking is eigenlijk vanzelf overgegaan. De hele ingreep was eigenlijk overbodig.
‘Gelukkig zijn we naar die specialist gegaan,’ loog ik terwijl ik het bedrag van de factuur nog eens op me liet inwerken. ‘Kostte wel wat, maar gelukkig is het daar wel helemaal mee opgelost.’
Lisa zuchtte: ‘nou dan was het ’t in ieder geval allemaal waard.’
Een minuut later belde ik de verzekeringsmaatschappij voor de vierde keer die maand en sloot een huisdierenverzekering af.

IMG_0150

Doktersbezoek (deel 1/2)

‘Dat meen je niet hè,’ zei ik toen ik voor de zoveelste keer in een verse plas stapte die ergens middenin de kamer lag. ‘Ik ben het nu wel zat.’
Lisa was een potje aan het touwtrekken met onze inmiddels aardig grote Labrador. We hadden Nala inmiddels bijna drie maanden, maar nog altijd gebruikte ze onze woonkamer als een groot toilet.
‘Ik bel de dierenarts,’ zei ik geïrriteerd. Ik maakte een afspraak om de volgende dag met Nala langs te komen.
De volgende dag werd ik door een vriendelijke vrouwelijke dierenarts de spreekkamer binnengeroepen: ‘Wat is precies het probleem?’ Ik wees naar een grote plas in de hoek van de wachtkamer: ‘Nou, dat.’

‘Hm, oké. Vervelend inderdaad. Hoe vaak per dag plast ze in huis’
‘Zeker een keer of zes, zeven. In ieder geval is haar bench de volgende ochtend zeiknat. Het lijkt wel alsof ze haar plas gewoon niet kan ophouden. Soms gaat ze er bij zitten en komen er maar een paar druppeltjes uit, meer niet.’
‘Hm. Ik denk dat mevrouw een baarmoeder ontsteking heeft,’ zei de dierenarts terwijl ze aandachtig naar het geslacht van Nala zat te kijken. ‘Dat komt wel vaker voor bij jonge teefjes. Die baarmoederlijke ontsteking slaat dan door op de blaas, waardoor ze ook een blaasontsteking oploopt. Vandaar dat ze zo vaak moet plassen.’
Geschrokken keek ik even naar de kwispelende Nala op de operatietafel. ‘Oké. En is dat met antibiotica  op te lossen of volgt er een operatie?’
‘Meestal gaat het met antibiotica wel over, maar ik zou wel voor de zekerheid wel even een afspraak maken met veterinair specialist.’ Ze gaf me een kaartje van een specialist in de buurt. ‘Zij nemen een monster uit de blaas van Nala en kunnen dan bekijken hoe ernstig de situatie is en of er een operatie nodig is.’
Alsof Nala op een sterfbed lag, gaf ik haar een aai over de bol en zei per ongeluk hardop: ‘Komt wel goed hoor.’
De dierenarts keek me glimlachend aan. ‘Ik heb wel een beetje verse plas van haar nodig om vast te kunnen stellen of ze inderdaad een blaasontsteking heeft.’
‘En hoe kom ik daar aan?’
‘Als u haar uitlaat, of u ziet haar in de tuin of binnen gaan zitten om te plassen, houd er dan even een pollepel onder, zodat u het opvangt. Hier hebt u een potje waar u het in kan doen.’ Ze gaf me een klein doorzichtig plastic potje. ‘Als u het hebt opgevangen is het belangrijk dat u het meteen even brengt, dan kunnen wij meteen een testje doen en hebt u een uurtje later al uitslag.’
‘Oké…,’ zei ik aarzelend. Ik zag mezelf al staan bij de uitlaatplek met een pollepel in de aanslag te wachten tot madame een piesje wilde doen. ‘Dan doen we dat maar.’

Een uur later zat ik in de tuin en hield Nala nauwlettend in de gaten. Ik had mezelf voorgenomen om niet voor lul te staan bij de uitlaatplek, dus ik zou het piesje wel opvangen in de tuin waar niemand het zou zien. Hoopte ik. Elke stap die Nala deed volgde ik. Als ze door de knieën dreigde te gaan, pakte ik de pollepel en stond abrupt op. Ze was al zestien keer door de knieën gegaan, maar helaas voor mij alleen om te zitten.
Plotseling snuffelde Nala op het gras en liep het hele gazon af. Verbazingwekkend hoe honden in het bos door de eerste de beste drol rollen of in modderpoelen springen alsof ze van de hoge duikplank van een zwembad springen, maar bij een piesje bijzonder kieskeurig zijn. Het plekje moet natuurlijk wel perfect zijn. Nala liep naar een maagdelijk stukje gras in de hoek van de tuin en ging door de knieën. Als een atleet dat een startschot hoort pakte ik de pollepel en rende naar Nala. Onverstoorbaar leegde ze haar blaas en net op tijd kon ik de pollepel onder haar kont houden, zodat ik een klein plasje opving. Nala begreep hier werkelijk niets van en keek me aan of ze water zag branden. Nieuwsgierig knuffelde ze in de halfvolle pollepel.
‘Ja dat is van jou draakje,’ zei ik en voorzichtig probeerde ik het plasje in het veel te kleine plastic potje te doen. Warme vloeistof liep langs mijn vingers. Kokhalzend sloot ik de deksel van het potje. Een minuscule hoeveelheid gelig vocht dreef op de bodem van het potje. Ik hoop dat het genoeg is dacht ik. Weinig zin om nog een keer als mobiel toilet te fungeren.
Ik waste mijn handen en spoelde de buitenkant van het potje af. Ik pakte de autosleutel en keek naar Nala: ‘Ik ben zo terug.’
Nala was inmiddels groot genoeg dat ze best even een kwartiertje alleen buiten de bench kon zijn vond ik, dus ik liep gewapend met een potje met pies de deur uit een verbaasd kijkende Nala achterlatend.
Een paar minuten later kwam ik hijgend de receptie van de dierenarts binnen gehold. ‘Ik heb hier een plas van mijn hond. Moest ik afgeven voor een testje.’
Een aantrekkelijke dame achter de balie pakte het potje vast zonder te blikken of blozen en zei: ‘Wat is uw naam?’
Ik gaf mijn naam en ze rammelde wat op het toetsenbord van haar computer. Mijn ego hoopte dat ze stiekem op Facebook aan het spieken was of die aantrekkelijke man aan de balie misschien per ongeluk vrijgezel was. ‘Het is voor Nala zie ik,’ zei ze. Nee dus. ‘Ik geef het wel af en dat hoort u vanmiddag meer.’
Ik bedankte de receptioniste en keerde huiswaarts.

Een paar minuten later parkeerde ik de auto en stapte uit. Daar bleef ik even staan en luisteren of ik het geluid van een razende Labrador hoorde. Niets. Stil. Gelukkig. Met een tevreden zucht opende ik de deur en liep de gang in. Ik hing mijn jas op en zag door de ruitjes van de tussendeur Nala in haar mand zitten. De schat had keurig op me zitten wachten in de mand. Ik opende de deur en bleef stokstijf staan. Zwaar hijgend zat Nala in haar mand. Om haar heen lagen drie afstandsbedieningen. Maar dan in drieduizend stukjes. Nala was volstrekt buiten adem en kon het niet eens opbrengen om mij kwispelend te begroeten.
Wetende dat het kwaad toch al was geschied zei ik totaal verbouwereerd: ‘Wat heb je nou weer gedaan?’
Nala pakte trots een stukje plastic dat een batterijklepje maar ook een stukje printplaat kon zijn en stond heftig kwispelend in haar mand. Kijk eens wat ik heb gedaan? Leuk hè. Best leuk dat alleen zijn.
In mezelf lachend om het ondeugende stuk vreten van een Labrador pakte ik de stukjes afstandsbediening op en gooide ze in de prullenbak. Een batterij uit een van de afstandsbedieningen had op de houten vloer gelekt en een grote zwarte vlek achtergelaten. Kreunend bekeek ik de vlek en draaide mijn hoofd naar een nog altijd uitbundig kwispelende Nala. Dat werd weer een telefoontje naar de verzekeringsmaatschappij. Nadat Nala bij mijn ouders al een stel slippers en dvd’s had gesloopt, zou het alweer de derde keer worden dat ik de vriendelijke mensen van de verzekeringsmaatschappij zou bellen deze week. En dan vergat ik nog de opgevreten pumps van mijn zusje. Zou ik ook meteen maar even melden.
De telefoon ging. Het was de dierenarts. ‘Het is inderdaad een blaasontsteking. En een vrij heftige ook. U kunt het beste meteen even een afspraak maken met de specialist. Ik zal hier alvast antibiotica klaarleggen voor Nala, dan kunt u daar vast mee beginnen.’
Ik hing op en stopte Nala in de bench. ‘Jammer joh, heb je dan goed voor elkaar.’
Even later stapte ik de receptie van de dierenarts weer binnen. Dezelfde aantrekkelijke dame zat nog achter de balie en ze keek me vriendelijk aan toen ik naar de balie liep. ‘Hallo, wat kan ik voor u doen?’ vroeg ze. Ze herkende me helemaal niet meer en noemde ze me net nou ‘u’? Mijn ego was gekrenkt.
‘Er zou hier antibiotica klaarliggen voor Nala,’ zei ik teleurgesteld.
‘Oh ja. Meneer Borkent was het hè?’
Ego weer opgepoetst. ‘Ja klopt,’ zei ik opgewekt.
De aantrekkelijke dame pakte een klein wit doosje en plakte er een sticker op. ‘Driemaal daags innemen. Gewoon bij het eten.’
‘Ik heb een labrador dus eten zal geen probleem zijn,’ grapte ik.
Het meisje lachte. Mijn ego kreeg een boost. ‘Dankjewel en tot ziens,’ zei ik.
‘Nou dat hoop ik niet,’ zei het meisje, mijn ego weer de grond instampend. ‘Nou ja, ik hoop dat uw hond weer snel beter is.’
‘Ja,’ zei ik en liep een illusie armer de deur uit.

Thuis opende ik het deurtje van de bench en of ik zojuist te horen had gekregen dat Nala een ongeneselijke ziekte had, knuffelde ik haar. Af en toe sloopte ze dan wat, maar ze hoorde inmiddels zo bij de familie dat we van het beest gingen houden. En nu ze een blaasontsteking had was het onze taak alles voor haar te doen wat we konden om haar weer beter te maken.
‘Kijk eens wat ik hier heb,’ zei ik en rammelde met het doosje pilletjes. ‘Deze gaan jou weer beter maken.’
Ik pakte een grote portie eten voor Nala en gooide het pilletje erdoor. Ze groeide de laatste weken zo snel dat er bijna niet tegenop te vreten viel. Voor het pilletje de bodem van de bak rakte werd ie door een gulzige Nala opgegeten. Dat was in ieder geval iets;  ze vrat niet meer om de pilletjes heen. ‘Goed zo,’ zei ik en gaf haar een klopje op haar kop. Nala vrat zo gulzig dat ik bang was dat ze zou stikken. ‘Vergeet je niet te kauwen draak?’ zei ik en lachte.
Ik liep met Nala naar de singel om haar uit te laten. Dat ging de laatste tijd stukken beter. Het aanlijnen was geen enkel probleem meer. Sterker nog: ze begon het serieus leuk te vinden. Ze was zich er inmiddels van bewust dat het lopen aan de lijn meestal betekende dat we ergens heen gingen. In ieder geval gingen we dan naar de singel om lekker door het hoge gras langs de waterkant te banjeren en eens even lekker te snuffelen welke honden er vandaag allemaal waren langsgekomen. Dat was voor Nala genoeg en zodra we de halsband en riem tevoorschijn toverden begon Nala enthousiast te hijgen en te springen waardoor het aanlijnen soms alsnog een worsteling werd.
Weer thuis gaf ik haar een hondensnoepje en plofte neer op de bank. Ik opende de la om de afstandsbediening voor de tv te pakken. Leeg. Ik zuchtte en keek Nala veelbetekenend aan. Zij keek mij aan en alsof ze voelde waar het over ging en ging met een theatrale zucht in haar mand liggen met haar ogen dicht. Als ik jou niet zie, zie jij mij ook niet.
Ik pakte de telefoon en belde de veterinair specialist om een afspraak te maken voor een paar testjes met Nala. Ik schreef de afspraak in mijn agenda op de iPhone en hing op.
Met een diepe zucht liep ik naar de tv om deze op de ouderwetse manier met de aanknop aan te zetten. Nala kreunde diep en rekte zich tevreden uit.

166